Home - de Ruiterclub
Informatie De Ruiter
North&East sea-stars
Grand-stars
Morning-stars
Kruisers en Specials
Verkocht/onbekend
Bouw Noordsea-star
Refit van interieur
Reisverslagen
De Hendrik foto's
De Hendrik 2008
Horizon 2008
Brendaen 2012
Horizon 2015
Abraham J 2014-heden
Delilah 2017
Vesta 2018
My Way III 2005
De Ruiterschepen
Bijeenkomsten
Produkten te koop
Nieuwsbrieven
Gastenboek
Contactformulier
Interessante links

 

Vacantie reis van de Brendaen 2012.    

                                                                                  

Wat vooraf ging: op 10 april 2012 de kant op in dezelfde haven als waar de boot ligt, De kWh meter staat op 22699 en de urenteller op 724:56

De boot heeft corrosie op vele plekken en dat deugt niet. De oorzaak moet de walaansluiting zijn. Dat is wat de elektricien zegt, als hij de Victron installeert. Ben bang dat hij gelijk heeft. Daarom schaf ik de helft aan aluminium anodes aan. De rest blijven zinkanodes. Het is trouwens al duur genoeg.

Boegschroef uitgebouwd, ter vervanging van de schroefas moer. Tevens is die massa vrij gemaakt. Kostte ook flink veel, omdat de E-motor inwendig aangepast moest worden. Tevens is de as moer vervangen in eentje van brons met een zinkstuk eraan vast.

Frans is gekomen en helpt mee. Hij heeft de hele topzij schoongemaakt en in de 2 componenten plamuur gezet. Alleen daar waar nodig, edoch dat waren toch ook weer aardig wat plekken.

Peter bracht een schuurmachine, compleet met speciale stofzuiger en ook nog ¼ kuub kaarten aan boord. De laatsten voor de komende vacantie reis.

De ankerketting helemaal uitgelegd. Ergens in het midden zit een verbindingsschalm die er knap amateuristisch en zwak uitziet. Na ruggespraak met de fa. de Ruiter Staalkabel de langste lengte van 30 m laten zitten en de kortste van 20m naar huis genomen. Kan die in de voorraad. De overgebleven lengte lijkt me lang genoeg, want normaal anker je op maximaal 5m diepte en dan is 50m wel wat aan de lange kant.

De as moer van de schroef zelf ook vervangen, daar die al aardig weggeteerd is. Is verzorgd door Exalto in Hardinxveld-Giessendam. Hiervoor een schets gemaakt, want het is Witworthdraad.

Ook de kogelafsluiter van de wastafel bak in het toilet vervangen. Uiteraard met veel moeite en een kapotte nagel, door terug slaan van een handel. De oude kraan bleek niet goed af te sluiten. Ook weer zoiets. 3 maanden later is m’n nagel nog niet helemaal de oude. Genezing duurt wel lang, als je ouder wordt.

Het verfwerk wordt gehinderd door het slechte voorjaarsweer. Veel te vaak regen, waardoor ik niks kan doen. En Frans had de boel nog wel zo mooi voorbereid.

Edoch uiteindelijk zitten het onderwaterschip en de topzij erboven in de verf en dan pas na 2 dagen uitstel, door slechte planning door de werflieden op 23 Mei te water. Ze luisteren duidelijk niet naar de naam gebroeders Bever.

Maak een proefvaart door de sluis en even het Volkerak op. De schone romp laat zich duidelijk merken. Bijna 8 knoop bij 1400 toeren, anders blijft ie bij minder dan 7 hangen. De boegschroef werkt verkeerd om. Dat is onhandig, dus een paar stuurstroom draadjes omgewisseld en hij doet ’t zoals het hoort.

2e Pinksterdag o.a. doorgebracht met koelwater aanvullen, opruimen en wat proefvaren. Frans is inmiddels terug uit Duitsland en weer aan boord.

Dan op woensdag 30 mei 2012 erop uit. Tegen de middag pas aan boord en voorzien van een doos vers bier. Varen weg via Stevens voor een vette dok rekening ad € 884 en de bunkerboot voor diesel ad € 1,37 /ℓ Deze liter prijs blijkt later trouwens de goedkoopste van de hele reis te zijn. Dan door de Volkerak sluizen naar Dordrecht, alwaar m’n zoon Michiel bij het Groothoofd aan boord stapt.

Een in de buurt wonende kennis, kunnen we niet bezoeken. Hij is gisteren 61 jaar geworden en z’n dochter Vera met kleindochter van 4 maanden is op bezoek. Tevens is het ½ 7 en dat is geen bezoekers tijd in dit geval. Desondanks: Gefeliciteerd.

Dan door naar Gorcum en via de Linge naar Arkel en die mooie ankerplaats in de oude arm van dit mooie riviertje er vlak naast. Wordt een kalme rustige nacht. We praten over 1 en ander en nog veel meer tot zowat middernacht.

De volgende dagen door, via het Merwede kanaal naar Vianen en het A’dam Rijn kanaal naar Amsterdam. Regen langszij Utrecht en het is druk. Door de Oranjesluizen en dan met een knappe dwarswind naar Lelystad. Ik was zo dom de anti rol roeren niet in werking te zetten, want daar voor moeten er langere V-snaren aangebracht worden. En dus gingen we slingerend met die dwarswind over het Markermeer. Aldaar een computer programma gekocht voor de vaart in Europa. Duur ding. Michiel installeert het en dan blijken we wat verkeerd spul ontvangen te hebben. Maar voordat we weer naar de leverancier toe willen gaan komt hij uit zichzelf al langs met het juiste schijfje. Als toetje mogen we nog € 100 bijbetalen, want dat was ie nog vergeten.

Dan de volgende dag via Enkhuizen, Lemmer en de Friese meren naar het Sneekermeer. Als je bedenkt, dat ze hier op dat meertje met die grote skûtsjes varen, dan is dat op zich, alleen al klasse.

De volgende dag (zondag 3 juni 2012) zelfs de kachel aan, zo koud is het. Dan de eerste panne. Onderweg wil Frans douchen, maar geen waterdruk. Hoe kan dat? Blijkt er een warmwaterslang losgesprongen te zijn. Er staat 20cm helder water onder de motor ! Bekijken ’s avonds de stad Groningen alwaar we nu liggen.

Repareer de slangaansluiting. Vul de watertanks met de slangen aan de kade. Gratis. Mag ook wel met dat liggeld tarief. Stroom is gelukkig ook voor niks.

Dan de Lap Top. Die geeft uiteindelijk de geest. Besluit om heen en weer naar huis te gaan en de andere, nieuwere op te halen. Want het is toch wel erg, geen computer, geen E-mail en geen vaar programma. Dat is afzien.

Duurt een dag of 2 en dan kunnen Frans & Michiel weer voort met installeren. We gaan door via Delfzijl (zien niks van de stad, daar is toch niets aan) en varen verder via het havenkanaal en de Ems naar het zuiden langs Emden. Stroom mee. Er is ergens vlak na Emden een Sperrwerk tegen hoge waterstanden en dan wordt de rivier steeds smaller. Wanneer je bedenkt, dat ze hier ergens verder stroomopwaarts bij Papenburg grote zeeschepen bouwden, dan is de vaart voor die dingen, de rivier af, knap moeilijk geweest.

Dan krijgen we een aantal sluizen. Maar toch blijft het een mooi riviertje. Die Duitsers hebben de boel gelukkig niet rechtgetrokken. Zo hou je iets moois in stand. Bij de sluis van Hüntel de eerste ontmoeting met de Duitse mentaliteit. De eigenaar van een groot motorjacht gebaart, dat we niet voor hem de sluis in mogen. Zijn we dan ook helemaal niet van plan. Tenslotte liggen we met z’n 3-en in die grote bak water. Dus plek zat. Volgens Frans is dat typisch voor deze lieden.

De sluizen hier hijsen je zo’n 3 tot 8m omhoog. Flinke bakken water. Gelukkig vullen ze niet snel en gaat alles rustig. We beginnen onderin en stijgen dan tot bijna boven het maaiveld. De vrachtschepen zijn vaak op sluismaat gemaakt. In de lengte passen er 2 in en de breedte is zodanig , dat ze aan elke kant een touw in de zij hebben hangen, dat dan als stootwil fungeert.  Meer past er niet tussen.

Te Lingen afgemeerd langs een steiger. Anlegen für Unbefugten verboten, staat er. Dus rekenen we ons automatisch bevoegd. Lopen het stadje in en vinden al na een paar 100m het winkelcentrum. Varen wat later een paar 100m door en vinden dan de echte alte Hafen. Een gezellig haventje, vlak naast het stadje. In dat haventje alleen maar van oorsprong Hollandse motorboten en tjalken. Sommige Duitsers hebben smaak.

De volgende dag na een sluis of 6 het Mittelland Kanal op. Dat kunnen ze beter het Bruggen kanaal noemen, want het zijn er eindeloos veel. De meeste van standaard constructie en lengte. Dit kanaal loopt West Oost (en omgekeerd) en is zodanig horizontaal aangelegd, dat er maar een paar sluizen tot Berlijn zijn. Edoch het is wel een saai kanaal. Langs beide oevers een loop- fiets pad en heel veel bomen. Best wel mooi, maar op de lange duur langdradig. De binnenvaart mag niet sneller dan 10km/uur en de jachten mogen 3km/uur sneller. Op deze manier vaar je rustig en haal je die schepen zelfs in. Erg druk is het trouwens niet. De Rijn geeft veel meer vertier. Veel havens zijn er niet. Ook geen jachthavens. De afmeerplekken voor de beroepsvaart zijn op bredere stukken van het kanaal en zowaar, helemaal vooraan is dan plek gereserveerd voor de Freizeit Kapitäne. Er wordt hier tenminste rekening met je gehouden. Diesel is niet eenvoudig te krijgen. Bij ons moet je al zoeken, of de weg weten, hier is het helemaal uitkijken geblazen. En het is trouwens ook duurder. In een jachthaven (bij Lubbecke) konden we de volgende dag van een tankautootje diesel krijgen. Ergens in de ochtend, maar hoe laat wist de man niet. Dan doen we het wel ergens anders. Er zit nog voldoende in het peilglas. Vervelend is, dat we een voortdurend klein lek koelwater hebben. Per dag een cm of zo. Je ziet het makkelijk, want het is groen.

Bij Osnabrück , dat is ergens in het midden, ligt er veel langs de wal. Opmerkelijk veel Duitsers varen met Nederlandse typen motorboten. We hebben dus een aardige export in deze categorie. Ook veel jachten uit Holland. Zelfs eentje met de auto achterop, op zo’n hydraulisch beweegbaar dek. Dat heet vooruitgang. Wij hebben vouwfietsen.

Bij het Elbe Seiten Kanal gaan we om de noord, naar Lübeck. Frans meet 116m boven zeeniveau op z’n GPS. Ook weer zo’n stukje ruimtevaart techniek. De sluis van Uelsen heeft een verval van 23m en dat baart ons zorgen, want hoe hou je die daling bij? Iedere keer overpakken op een andere bolder? Is niet nodig. De bolder drijft en glijdt mee naar beneden via vette rails in een nis. Dit blijkt een van de eenvoudigste sluizen te zijn. Je ziet de wand langs je omhoog glijden en zonder kolken of iets dergelijks zakken we tot we er uit kunnen. De wand is akelig hoog als je van beneden af omhoog kijkt. De volgende sluis zakt nog meer. Zo’n 30m, maar dan vaar je een bak in en die hangt als een lift aan kabels. Tijdens het zakken veel bekijks van dagjesmensen langs de kant.  En wij ons maar zorgen maken over die hoge sluizen, toen we naar toe voeren. Het Elbe-Lübeck kanaal dat erna komt heeft 7 sluizen, maar het is daar veel vlakker. En ook rustiger en mooier, vanwege de vele afwisseling.

Stad Lübeck is mooi. Ook de nadering. Vele oude gebouwen en spitse kerken. Varen door en langs de stad en meren tenslotte af in de Hanzehafen. Maken weer eens kennis met de Duitse mentaliteit. Of we een meter naar achter willen afmeren vanwege de golfslag. Doe ik en dan merk ik dat ie zelf wel 4m naar voren kan. Die golven, waar ie bang voor is zijn van de rondvaart boten en wel 15cm hoog.

Liggen hier een paar dagen en doen behalve het bekijken van de stad ook aan onderhoud.

Motor koelwater aftappen. Vervolgens voorzien van lekstopper, vanwege dat hardnekkige lek en dan weer bijvullen en ontluchten. Onderwijl wordt onze fiets gestolen. Varen proef en de motor komt mooi op temperatuur. Het lekken lijkt gestopt.

Dan komt de vriendin van Frans aan boord en gaan Michiel (m’n zoon) en ik van boord en terug naar Nederland.

Goeie reis per trein. De caissière geeft ons weekend reductie, zodat we voor zo’n € 80 totaal kunnen reizen.

 

Na een week thuis belt Frans me enigszins paniekerig op. En als ik hoor wat ie meegemaakt heeft kan ik me dat indenken.

Na zo’n 6 dagen Lübeck gingen ze weer verder. Via de rivier naar Travemünde. Aldaar is er geen kip te bekennen in de jachthavens. Kerkhof rust meldt hij.

De volgende, langste dag de 21e juni, gaan ze verder naar Neustad. Wind dwars en van achteren. (Noord-Oost) 5 á 6 Bft. Tocht van 1½ uur gepland. Enkele golven komen langs en hebben een ravage aangericht in de kombuis. Gebroken flessen en bord en glaswerk.

Maar toen: koelwater stroomde over en klotste over de vloer in de stuurhut vanuit de overloop tankjes. Motor terug naar 800 toeren/ min. Later naar 600 en met dat toerental de haven binnen gelopen.

Net als hij denk ik aan een klemzittende thermostaat. Dus bel ik wat rond en weet er 1 te vinden bij een leverancier in Roosendaal, die er nog eentje in een doos vol ouwe troep op zolder heeft gevonden. Mag hem voor niks meenemen. Klasse. Die thermostaat moet dan 20 jaar oud zijn meldt hij vrolijk. Kun je nagaan hoe oud onze motor is. En hij is nog goed.

Bekijk de treinreis op het internet. Zaterdag reizen lijkt me wel wat. Weekend tarief. Naar Roosendaal, maar dat station is te klein voor internationale kaartjes. Je moet door naar Breda en aldaar kan je er wel een krijgen. Niks geen korting. Je bent in Nederland en bloeden zal je. Meer dan € 100 voor mij alleen.

 

Aan boord het thermostaat uitgebouwd en in een pannetje water gekookt. Hij opent netjes bij een graad of 80. Dus daar ligt het niet aan. Bouw toch de nieuwe in, na die ook gekookt te hebben ter controle. Dan bijvullen en ontluchten. Ontlucht nu ook de warmwatertank en ontdek, dat dit de oorzaak moest zijn van het overlopen. Vergat deze sector en de lucht erin blies alles naar boven en eruit. Je blijft leren.

Mooie kleine stad. Varen de dagen erna langs de kust naar Denemarken en de motor heeft hierna geen enkel probleem meer gegeven.

 

Via Fehmarn (mooie haven, voorzien van een onderzeer op de kant) naar Denemarken tijdens bijna windstil weer. Prachtige vaart. Guldborg Sund aangelopen. Verkenningston niet te vinden en de anderen zijn op goed Deense manier zo klein, dat je ze pas ziet, wanneer je er bijna bovenop zit. Om ons heen bruinvissen. Leuk gezicht.

Dit vaar water kronkelt nog erger dan de wal. Via Nykobing naar Vordingborg met z’n 26m hoge brug. Ze zijn hier niet schuw met brughoogtes.

Dan naar het eilandje Vejrò, alwaar ze €50 per nacht vragen. Daarom is het zo rustig. Bijna leeg, maar je kan wel met de fietsen van hen het eiland verkennen en gratis de was doen. En het is mooi weer. En m’n broer Frans wordt 72 jaar vandaag. Ik geef hem zo’n klein houten souvenir motorbootje, met de mededeling dat hij iets groter moet gaan maken, kopen, verwerven, huren,enz. Het valt in de smaak.

Frans wordt door z’n bekenden, hier in de middle of Nowhere opgebeld. Een van de zegeningen van deze tijd, vol met ruimtevaart fall-out.

Breng de V-snaren van de anti rol roeren aan en hoop er het beste van. Nu doen die dingen het tenminste.

Varen nu om de Noord Oost naar Nyborg. Golven in de zij, maar die worden netjes gedempt door de roeren. Liggend op de bank zag Frans (beetje ziek) de horizon nauwelijks bewegen. Stampen doen we natuurlijk wel. Wind trekt aan en met 5 á 6 Bft lopen we de haven van Nyborg binnen. De enorm hoge torens (200m of meer) van de brug naar Kopenhagen zijn van verre al te zien ondanks de heiigheid.

 

Mooie haven en een leuke stad. Ergens in het midden een koninklijk kasteel paleis uit de middeleeuwen. Je zou nu niet voor je verdriet in zo’n gebouw willen wonen. In Napels ook zo’n ding gezien. Vroeger tijden waren afzien voor elkeen.

 

Dan naar Marstal, tijdens mooi weer en een kabbelende zee. Windje 3 Bft. Hadden veel gehoord over dit plaatsje, maar het valt tegen. De haven is de rand van het eiland, beschermd door een pier op een meter of honderd van de wal. Veel kleine huisjes en een nautisch museum. Ook hebben ze een nieuwe houten vrachtvaarder gemaakt. De masten en zo moeten er nog op.

We varen verder naar Flensburg, dat aan het einde van een mooie fjord ligt. Halverwege landt er een watervliegtuig naast ons. Zoiets verwacht je niet.

Probeer in een grote watersport winkel wat van m’n gading te vinden, edoch dat mislukt. Wel hebben ze een uitgebreide kleding collectie. Daar kunnen ze tegenwoordig meer op verdienen. Zie je overal.

Liggen in deze stad bijna in het midden met alles op loopafstand. Mooi iets.

 

Dan via Kappeln tijdens steeds slechter wordend weer naar Kiel, alwaar we de op de wal staande type VII onderzeeboot bekijken.

Dan iets bijzonders:, In het restaurant van de jachthaven is een bruiloft aan de gang en het bruidspaar wandelt ook even over de steigers voor mooie foto’s. Onze boot bevalt blijkbaar, want ze vragen aan boord te mogen en dat staan we natuurlijk toe. Zo wordt de Brendaen de achtergrond voor een bruidsfoto. Een hele eer. En dat in een haven vol mooie en dure andere jachten.

 

Bij het binnenvaren van het Kieler kanaal zien we Germania VI. We meren vlak achter ze af in de sluis. Bewonderen het schip. Onderhoud en uitvoering zijn zonder weerga.

Vaart door het kanaal is mooi en saai met een stop in het midden bij Rendsburg. De havenmeesteres verkoopt diesel. €1,53/ℓ. Dat is goedkoop in deze streken.

In Brunsbüttel liggen we vlak naast de Noordelijke sluis. Verbazend om te zien hoe de schepen zonder sleepboothulp de sluis in of uit varen. Geen zwiepende golven, dus de haven dammen zijn sterk. Wel hoor je soms flink geraas van de boegschroeven. En dat voor schepen van rustig 200m lang of meer en hoog opgetast met containers.

Brunsbüttel is niks. Alleen een winkelstraat van een km lang.

 

De Elbe af met aanvankelijk een daverende stroom mee, met een stop in Cuxhaven van een uurtje. Zien daar de verwaarloosde 20m lange (?) boeieraak Brandaris liggen. Zonde van zo’n boot. Varen echter zo snel mogelijk weer door, want het weerbericht meldt morgen harde westelijke wind. Dus varen we om de bocht en krijgen tenslotte stroom tegen, terwijl we dan steeds meer zeiljachten op tegenkoers ontmoeten. Wel op de motor, want de wind valt weg. Varen rond Scharhorn en op de Weser krijgen we tegenstroom. Langs de enorm lange container kade van Bremerhaven en dan de monding van de Geeste in. Het is nu inmiddels middernacht. Meren af langs een havenboot.

 

’s Morgens 5uur klop, klop op de romp. We mogen hier niet liggen en dat schip moet weg. Dus we verhalen en pas later in de morgen verhalen we naar de Lloyd Marina. Leuke haven, met aan het eind futuristische gebouwen en oude houten of stalen schepen. Ook een type XXI onderzeeboot. Bekijken we ook. Frans (als ex dienstplichtig torpedomaker) ontdekt meteen dat de tentoongestelde torpedo een Engelse is. Dat is een verrassing. Als antwoord krijgen we, dat er na de oorlog door de Duitsers met Engelse torpedo’s geoefend werd. De oude Duitse bestonden niet meer. Gesloopt.

In het museum zelf een Seehund 2-mans onderzeeboot. Open gewerkt met plastic ramen, zodat je kunt zien hoe ze opgesloten zaten. Ze hadden geen schijn van kans en noemden zichzelf spottend Himmelfahrt commando’s. Zo gingen en gaan we met onze jeugd om. Die bootjes voeren bij ons vanuit IJmuiden en Hellevoetsluis.

Verder ook jachten. Een O-jol. Een van m’n eerste bootjes. Wat een klein ding. En een Scherenkruiser. Hadden we ook. Wat lang en smal. Zaten we dáár in?

 

Vervolgen de tocht via de Weser naar het zuiden, omdat de verwachte harde wind gekomen is. Tijdens deze vacantie hebben we trouwens de ruitenwissers voortdurend moeten gebruiken. Heb nog nooit zoveel plezier van die dingen gehad. Langs Bremen en dan om de west in een steeds smaller wordende rivier naar Oldenburg.

Na de stad een brug en een sluis en dan een probleem. Frans merkte al iets geks met de handel van de keerkoppeling en dan gaat het fout. Als we stil liggen en we voor of achteruit willen geven gebeurt er niets. Er moet iets mis zijn met de Morse bediening.

Als de deur open gaat trekken we de boot zo goed mogelijk naar buiten en meren hem af aan een paal.

De kabels los en de handel los en omhoog. Dan blijkt het boutje van de kabel verdwenen. Probeer een andere edoch het is Witworth draad en niet metrisch. Ook zoiets met deze boot. Blijkbaar is er destijds een Amerikaan of Engelsman mee bezig geweest, want er zaten wel meer van dat soort bouten en moeren in. Schroefasmoer hebben we bijvoorbeeld speciaal in Witworth moeten laten draaien. Frans duikt in de catacomben van de E-kast onder de stuurstand en vindt zowaar het gevallen boutje. Brengen het weer aan en flink vast met wat kit en zetten alles weer in elkaar. We gaan verder. Prijzen ons gelukkig, dat het in de sluis gebeurde en niet ergens op de rivier met wat vaart. Weer wordt slechter. We moeten de ruitenwissers aldoor gebruiken. Dan tenslotte via de Ems met z’n sluizen naar Delfzijl.

Via Groningen (stad) en Friesland (Sneekermeer) naar Stavoren.

Aldaar regen, regen en nog eens regen. Wat een triestheid.

Varen naar Lelystad met de rol roeren weer in werking en dat helpt gelukkig.

 

Varen na een computer bespreking met de leverancier door naar Amsterdam. Wind is stevig, maar door de roeren is ’t alleen stampen. Amsterdam komt moeizaam in zicht door de regen. De Sixhaven is vol, zoals zo vaak, dus door naar het haventje bij het Spaarne, waar Frans vroeger wel eens lag. Lig je best goed, ondanks de steeds overkomende vliegtuigen.

Bij Spaarndam €3,50 voor de sluis betalen. Stadje is heel klein en wat vervallen.

Haarlem vraagt doorvaart of liggeld ad €9,80

We liggen er dan ook een nacht. Ondanks dat je op veel te veel plaatsen ziet dat het bezet is voor rondvaart boten of dat je er niet mag liggen. De jonge havenmeester zei: hier mag U liggen en verder niet zeuren. Zo hoort het. Bekijken de stad en de st. Bavo kerk, waar Fokker rondjes om gevlogen heeft. Indrukwekkend gebouw. Vooral als je weet, dat het inmiddels 500 jaar oud is.

Na de stad veel mooie huizen langs het water. Ook hier een Goudkust. Varen door naar Leiden en verbazen ons over de kleine Kager Plassen. Maar we zijn verwend met de Zeeuwse wateren, de Oostzee en het IJsselmeer. Horen bij Leiden op een gesprek op de VHF over een stremming bij Waddinxveen. Bellen hiervoor met Rijkswaterstaat alwaar de vrouw van niks weet. Wel geeft ze ons het telefoon nummer van de brug bij dat dorp. De brugwachter beaamt het. Het wegdek wordt vernieuwd en de sluis bij Gouda is trouwens ook gestremd. Dus dan door naar Delft. Dat gaat goed. De vaart wordt steeds smaller en bij Leidschendam is de deuropening nog maar een 7 meter.

Meren af in Delft, langszij een Tjalk met Amerikaanse vlag en eigenaar.

Zien flinke vrachtschepen langs komen. Zal wel komen door de stremming bij Gouda en Waddinxveen.

’s Avonds komt Peter op de fiets uit Schiedam Kethel, samen met een fles wijn en een verslag over z’n toelating tot de Houten boten club. (VKSJ) En dat met een Polyester jacht. Hij is dan ook de 2e die, die eer te beurt valt. Gaan later de stad in en drinken bier in een café achter het stadhuis alwaar m’n dochter Annemarie met Wiek trouwde en naast de kelder alwaar Paddy (m’n vrouw) & ik elkaar ontmoetten .

Vrijdag 20 juli 2012.

Vervolgen de vaart door de Delftsche Schie naar Overschie en Rotterdam. Vooral bij Overschie is er een haakse bocht in de vaart en als je bedenkt, dat die grote vrachtschepen welke we vandaag in Delft zagen hier langs en door moesten, dan zijn we blij dat we er geen een tegen zijn gekomen.

Op de rivier varen we een rondje Maashaven en bekijken het s.s. Rotterdam dat er ligt. Nu weer een interessante ontmoeting. Een varende bus. Ziet er nogal iel uit.

Over de Noord en de Rietbaan naar Dordrecht. Aldaar bij de Koninklijke afgemeerd.

 

We bekijken de schade: de log geeft aan, dat we 1264 nautische mijlen hebben afgelegd. Dat zijn 1264x 1,852=2340 km. Verbruik is 1056 ℓ

Op elkaar gedeeld geeft dat : 2340/1056= 2,21 km/ℓ.

Lijkt me redelijk. Dacht altijd al aan ongeveer een liter per mijl.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Verder

Astrid van Leeuwen
astrid@deruiterclub.nl